The Velvet Underground

De rockavant-garde onder bescherming van Warhol

Oprichting en beginjaren

The Velvet Underground werd in 1964 opgericht in New York door Lou Reed (zang, gitaar), John Cale (altviool, bas, keyboards), Sterling Morrison (gitaar) en Maureen Tucker (drums). Andy Warhol werd hun mentor en artistiek producent.

Grondleggende albums

The Velvet Underground & Nico (1967), met de Duitse zangeres Nico en de iconische bananenhoes van Warhol, verkende thema’s als drugs, seksualiteit en het stadsleven – onderwerpen die destijds als taboe werden beschouwd. White Light/White Heat (1968) dreef noise rock tot het uiterste.

Hoewel deze albums bij hun verschijning commercieel flopten, worden ze tegenwoordig beschouwd als enkele van de meest invloedrijke platen uit de rockgeschiedenis.

John Cale, een klassiek geschoolde muzikant uit Wales, bracht een avant-gardistische dimensie in de band dankzij zijn samenwerking met componist La Monte Young en de Fluxus-beweging. Zijn drone-achtige elektrische altviool en geluidsexperimenten vormden een fascinerend contrast met de popgerichte melodieën van Lou Reed.

Biografie van The Velvet Underground

Nalatenschap

The Velvet Underground werd in 1996 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. De band had een directe invloed op punk, new wave, postpunk, shoegaze en indierock.

Iconische gitaren

Sterling Morrison speelde op Fender Stratocaster– en Guild Starfire-gitaren. Lou Reed stond bekend om zijn gebruik van verschillende modellen van Gretsch en Fender.